BPG Pieper maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen en om de inhoud van de site af te stemmen op uw voorkeuren. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Door deze melding te accepteren of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in.

Luchtdicht bouwen


Luchtdicht bouwen van A tot Z: bespaar ook energie!
Waarom luchtdicht bouwen?
De belangrijkste redenen om luchtdicht te bouwen zijn: energiebesparing, verbeteren van comfort, voorkomen van vochtproblemen en het voorkomen van geluidslekken. Met luchtdicht bouwen willen we bereiken dat ongewenste luchtstromen via openingen in de buitenschil worden voorkomen. Daarbij is de uitvoering van de aansluitdetails in de buitengevel, de begane grondvloer en het dak essentieel. Eigenlijk is de term luchtdicht bouwen niet juist. Geen enkele constructie is helemaal luchtdicht te maken. In het bouwbesluit en de normen wordt dan ook het begrip luchtdoorlatendheid gehanteerd.
Belangrijk: Luchtdicht bouwen moet altijd samen gaan met een goed gebalanceerd ventilatiesysteem




Wat zijn de eisen voor luchtdichtheid?
Het bouwbesluit 2012 stelt een luchtvolumestroom van max. 0,2 m³/s. Dit komt overeen met een luchtdoorlatendheid van: qv;10 < 1 liter /sec.m². Hiermee wordt bedoeld de luchtvolumestroom 1 (qv) die ontstaat via kieren en naden die zich tussen de verschillende bouwdelen in de schil van een gebouw bevinden, bij een drukverschil van 10 Pascal (Pa) (uitgedrukt in dm³/s of m³/s). Het gaat daarbij dus om de ongewenste luchtstromen en niet de luchtstromen die ontstaan door bewust aangebrachte ventilatieopeningen. Onder de luchtvolumestroom wordt de hoeveelheid lucht verstaan die per tijdseenheid wordt toe- of afgevoerd.




Veel voorkomende luchtlekken
Veel voorkomende luchtlekken ontstaan meestal op de volgende plaatsen:
•  bij de beweegbare delen zoals ramen en deuren
•  bij de voegen tussen het kozijn en het spouwblad
•  bij de voegen tussen de gevel en de vloer
•  bij de dakvoetaansluiting
•  bij de nokaansluiting
•  bij de aansluiting tussen kap en de bouwmuur en de gevel
•  bij de dakdoorvoeren zoals rookgasafvoeren, ventilatiedoorvoeren en dakramen en dakkapel
•  bij het vloerluik in de begane grondvloer
•  bij de leidingdoorvoeren in de begane grondvloer zoals in de meterkast

Energieverlies:
•  38% van de warmtelekken komt door kieren in ramen deuren
•  0,1 m³/s minder luchtinfiltratie bespaart ca. 100m³ gas/jr





Beweegbare delen zoals ramen en deuren
Ramen en deuren moeten voorzien zijn van een dubbele kierdichting. Ook de toepassing van goed hang- en sluitwerk is van groot belang. Meerpuntssluitingen zijn ideaal om vervorming tegen te gaan en daarmee blijvend een goede aansluiting te creëren. Het aanbrengen van een meerpuntssluiting in de bestaande bouw vraagt om speciaal gereedschap zoals een mal en freesmachine.

Met eenzijdig afgeschuinde haakschoten en nastelbare scharnieren kunnen vervormingen in de ramen en kozijnen opgevangen worden.




Voegen tussen kozijn en het spouwblad
Om de naad tussen het (stel)kozijn en het binnenspouwblad goed te kunnen afpurren moet de aanslag ≥ 25 mm zijn. Zorg dat er een vingerdikke naad is om optimaal PUR te kunnen aanbrengen. De naad moet minimaal 5 mm breed zijn. Gebruik flexibel blijvende PUR. Een extra luchtdichting kan verkregen worden door onder de aftimmerlatten en vensterbank acrylaatkit aan te brengen: één ril op de spouwlat en vensterbank en één ril op het stucwerk.

Ook is het mogelijk om het kozijn rondom af te plakken met een Butyl afdichtband of vloeibare afdichting zoals liquid rubber.

Plaats van de afdichting:
De dichting zo dicht mogelijk aan het binnenoppervlak (warme zijde) van de constructie plaatsen.





Voeg tussen de gevel en de vloer
De voeg tussen een prefab binnenspouwblad en de begane grondvloer moet met een krimpvrije mortel ondersabeld worden. Een tweede afdichting met flexibel blijvende PUR is aan te bevelen.

Alle kanalen bij kanaalplaatvloeren aan beide zijden dichtzetten. Dit met behulp van bij de kanaalplaten behorende vulblokken. De vulblokken aan de spouwkant (plaateinden) inzetten. Maak de kanalen ter plaatse van de luchtdichting goed schoon. Nabij de sparingen zijn de kanalen meestal vervuild met gruis / betonresten waardoor geen goede luchtdichte aansluiting wordt verkregen.




Dakvoetaansluiting
Bij de dakvoetaansluiting is de aansluiting van de muurplaat op de vloer van belang. Ook hier moet de naad onder de muurplaat of muurplaatanker onderkauwd worden met een krimpvrije mortel en vervolgens met flexibel blijvende PUR afgedicht worden. Daarna is het aan te bevelen de muurplaat aan de binnenzijde af te plakken met Butyl afdichtband of een vloeibare afdichting zoals liquid rubber.

De naad tussen de dakplaat en de muurplaat kan worden afgedicht met een hoogwaardig geïmpregneerd voorgecomprimeerd schuimband.




Nokaansluiting en de aansluiting tussen de dakelementen
De naad van de nok kan het beste met flexibel blijvende PUR afgedicht worden. De naad tussen de dakplaat en de nokgording kan worden afgedicht met een hoogwaardig geïmpregneerd voorgecomprimeerd schuimband.

De naden tussen de dakelementen kunnen eveneens het beste met flexibel blijvende PUR afgedicht worden.

Een extra luchtdichting kan verkregen worden door de nok en de naad tussen de dakplaten af te plakken met Butyl afdichtband of een vloeibare afdichting zoals liquid rubber.




Aansluiting tegen bouwmuur en kopgevel
De naad tussen de dakplaat en de bouwmuur c.q. kopgevel kan het beste met flexibel blijvende PUR afgedicht worden. De spouw tussen de bouwmuren moet afgedicht worden met isolatie ingepakt in dampdichte folie. Er zijn ook kant-en-klare isolatiestroken verkrijgbaar. Aan de buitenzijde moet de damp-open folie van de dakplaten goed aansluitend doorlopen. Dit is om te voorkomen dat relatief vochtige en warme lucht uit de ankerloze spouw in de constructie gaat condenseren.

Een extra luchtdichting kan verkregen worden door onder de aftimmerlatten acrylaatkit aan te brengen: één ril op de aftimmerlat en één ril op de dakplaat.




Aansluitingen bij de dakdoorvoeren
Dakdoorvoeren vormen vaak ongewilde luchtlekken. Vanwege de exacte maatvoering gaat de voorkeur uit naar het gebruik van prefab daksparingen met een kunststof of metalen prefab doorvoer in combinatie met een manchet.

In de voeg moeten veel bewegingen kunnen worden opgevangen. Met name metalen doorvoeren vragen in dit verband extra aandacht. Ook de temperatuur van de dakdoorvoer heeft veel invloed op de beweging. De naden kunnen het best worden afgedicht met flexibel blijvende PUR.

Bij gebruik van een (dampdichte) afdekplaat kan er tussen de afdekplaat en de dakplaat een kitvoeg toegepast worden. De afdekplaat moet afgestemd zijn op de dakhelling (ellipsvormige doorvoer).

Het beste resultaat wordt verkregen door het toepassen van een bij de doorvoer behorende manchet. De prefab manchetten zijn zeer effectief en relatief eenvoudig aan te brengen.




Openingen in de begane grondvloer
Luchtdichtheid van de begane grondvloer vraagt extra zorg om te voorkomen dat vochtige, ongezonde lucht van uit de kruipruimte de woning binnen dringt. Alle doorvoeren zoals die van het toilet, water- en cv-leidingen en ook de doorvoeren in de meterkast moeten goed dichtgezet worden. Hier kan het beste PUR-schuim voor gebruikt worden.

Een goede oplossing voor de bodem van de meterkast, is de prefab meterkastvloer. Hier zijn de gaten voor de leidingen reeds in aangebracht. De leidingen kunnen met een rubberen manchet dichtgezet worden.

Het kruipluik dient aangebracht te worden op een thermisch verzinkt oplegprofiel. Het luik moet zijn voorzien van een schuimband met open celstructuur.

Let bij kruipluiken op de onderstaande punten:
•  geen duimgat, maar een prefab aangebrachte verzonken luikring,
•  gebruik rot- en vormvast materiaal,
•  luchtdichting tussen plaat en luikrand,
•  geïsoleerd luik.





Blowerdoortest
Om de luchtdichtheid van een woning te testen wordt de blowerdoortest toegepast.

Er wordt een meetframe met een ventilator in een van de buitendeuropeningen gezet. Nadat vervolgens alle openingen zoals rookkanalen en ventilatieopeningen in de buitenschil zijn afgedicht, wordt de woning onder een overdruk gezet. Door continu de overdruk te meten kan vastgesteld worden hoeveel lucht er door kieren en andere ongewenste openingen ontsnapt.

De luchtdichtheid wordt gemeten volgens de NEN 2686 en NEN-EN 13829



Meer weten over luchtdicht bouwen? Bezoek dan onze winkel aan de Oude Telgterweg 290 te Ermelo. Onze medewerkers kunnen u dan ook direct van deskundig advies voorzien!
Bel mij